Box 3: de huidige stand van zaken na Prinsjesdag 2022

Box 3: de huidige stand van zaken na Prinsjesdag 2022

17 november 2022

Box 3 van de inkomstenbelasting houdt de gemoederen sinds het “Kerstarrest” van 24 december 2021 van de Hoge Raad flink bezig. In het Kerstarrest oordeelde de Hoge Raad namelijk dat het sinds 2017 geldende box 3 stelsel in strijd is met het recht op ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod uit het EVRM. De Hoge Raad oordeelde dat rechtsherstel van box 3 plaats moet vinden. In dit nieuwsbericht informeren wij u over de laatste stand van zaken omtrent box 3.

De wetgever is aan de slag gegaan met het rechtsherstel van de box 3 belasting. Om de belastingheffing in box 3 in lijn te brengen met het Kerstarrest wordt daarbij onderscheid gemaakt in het verleden, het heden en de toekomst. In vervolg op dit nieuwsbericht informeren wij je nader over voornoemde en onderstaande periodes:

 

box 3

 

Verleden: wetsvoorstel Wet rechtsherstel box 3

Voor het verleden, dus de jaren 2017 tot en met 2022, moet op basis van de uitspraak van de Hoge Raad rechtsherstel worden geboden. Het wetsvoorstel Wet rechtsherstel box 3 zoals dit met Prinsjesdag is gepresenteerd, is de wettelijke vertaling van het eerdere Besluit rechtsherstel box 3 en regelt dit rechtsherstel in de volgende gevallen:

  • ten aanzien van de belastingplichtigen die zijn aangesloten bij de massaal bezwaarprocedures over de jaren 2017 tot en met 2020; en
  • voor aanslagen van alle (andere) belastingplichtigen die nog niet onherroepelijk vaststonden op 24 december 2021 of op die datum nog niet waren vastgesteld (waaronder de aanslagen over de jaren 2021 en 2022).

 

Nieuwe berekening

Voor deze gevallen wordt een nieuwe berekening van het inkomen uit box 3 (het zogenoemde voordeel uit sparen en beleggen) gemaakt. Deze sluit aan bij de werkelijke samenstelling van het vermogen. Het vermogen wordt daarbij onderverdeeld in banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Voor iedere vermogenscategorie geldt vervolgens een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage. Zie voor nadere details hierover ons eerdere nieuwsbericht. Als deze nieuwe berekening lager uitkomt dan de oorspronkelijke berekening van het voordeel uit sparen en beleggen, dan wordt dit nieuwe voordeel uit sparen en beleggen gehanteerd. Op basis van het Kerstarrest en het Beleidsbesluit worden ook aanslagen over de kalenderjaren 2021 en 2022 lager vastgesteld indien de nieuwe berekening van het voordeel uit sparen en beleggen lager uitkomt dan de oorspronkelijke berekening in box 3. Het wetsvoorstel kan voor belastingplichtigen overigens uitsluitend leiden tot een lager voordeel uit sparen en beleggen en niet tot een hoger voordeel uit sparen en beleggen. Als de oorspronkelijke berekening in box 3 lager uitkomt dan de nieuwe berekening, geldt dus de oorspronkelijke berekening. Er kan in het rechtsherstel geen sprake zijn van een belastingverhoging.

 

Het rechtsherstel wordt ook toegepast op aanslagen die op de datum van het Kerstarrest nog niet waren vastgesteld door de inspecteur. Het rechtsherstel wordt dus ook toegepast op aanslagen over het kalenderjaar 2021 en 2022, aangezien deze aanslagen in de regel pas worden/zijn vastgesteld na 24 december 2021.

 

Aanslagen die reeds onherroepelijk vaststonden op 24 december 2021 (niet-bezwaarmakers)

Voor aanslagen inkomstenbelasting waartegen geen bezwaar is aangetekend en die daarmee reeds onherroepelijk vaststonden op 24 december 2021 geldt dat geen rechtsherstel geboden zal worden. Reeds in mei 2022 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat rechtsherstel aan niet-bezwaarmakers juridisch niet verplicht is. In de periode voorafgaand aan Prinsjesdag heeft de regering de opties om alsnog rechtsherstel te bieden aan niet-bezwaarmakers onderzocht. Met Prinsjesdag heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven dat geen rechtsherstel geboden zal worden aan niet-bezwaarmakers. Het kabinet geeft aan dat er verschillende grote maatschappelijke opgaven zijn waarbij keuzes gemaakt moeten worden. Het kabinet kiest ervoor om zijn beperkte budget in te zetten voor het ondersteunen van de koopkracht.

 

De afgelopen periode hebben vele belastingplichtigen een verzoek tot ambtshalve vermindering naar de Belastingdienst verstuurd. Zij verzoeken de Belastingdienst alsnog het rechtsherstel (spaarvariant) box 3 toe te passen, ook al is in het verleden geen bezwaar gemaakt tegen de betreffende opgelegde definitieve aanslag inkomstenbelasting. De Belastingdienst zal dergelijke verzoeken vervolgens afwijzen met een verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad uit mei 2022. Echter,  tegen deze afwijzing zijn wel bezwaar en beroep mogelijk. Een gang naar de rechter is daarbij noodzakelijk.

 

Massaal bezwaar plus

Om het proces zo goed mogelijk te stroomlijnen en te voorkomen dat de Belastingdienst verzoeken tot ambtshalve vermindering zal blijven ontvangen die allemaal individueel afgehandeld moeten worden, is de staatssecretaris van Financiën in overleg getreden met koepelorganisaties en andere betrokken partijen. Uitkomst van dit overleg is de introductie van een ‘massaal bezwaar plus’ procedure. Het wordt daarmee mogelijk om een procedure massaal bezwaar aan te wijzen voor de verzoeken tot ambtshalve vermindering die dezelfde rechtsvraag bevatten. Op die manier kan een rechter in één keer of enkele keren een uitspraak doen voor alle gedupeerden en is het individueel indienen van verzoeken tot ambtshalve herziening niet meer noodzakelijk. Belastingplichtigen die geen verzoek tot ambtshalve herziening hebben ingediend, doen dan mee aan de procedure(s) waarover de rechter zich gaat buigen.

 

Op dit moment bestaat echter nog onduidelijkheid over de vraag of belastingplichtigen die geen verzoek tot ambtshalve vermindering hebben ingediend ook kunnen profiteren van een eventueel geboden rechtsherstel dat verder gaat dan rechtsherstel op basis van de spaarvariant. Openstaande vraag is namelijk of een belastingplichtige die geen verzoek tot ambtshalve vermindering heeft ingestuurd, gelijk wordt behandeld zoals een belastingplichtige die dat wel heeft gedaan. De koepelorganisaties hebben de staatssecretaris van Financiën in de week van 14 november 2022 gevraagd om hier duidelijkheid over te geven. Als onduidelijkheid ten aanzien van dit punt uitblijft, zijn alsnog vele verzoeken tot ambtshalve vermindering te verwachten. Joanknecht volgt de ontwikkelingen hieromtrent op de voet.

 

Voor de acties die door Joanknecht worden genomen ten aanzien van aanslagen inkomstenbelasting die op dit moment definitief worden opgelegd, verwijzen wij je graag naar ons recente nieuwsbericht hierover.

 

Heden: wetsvoorstel Overbruggingswet box 3

Niet alleen voor het verleden, maar ook voor het heden zijn als gevolg van het Kerstarrest aanpassingen nodig in het systeem van box 3. Doel van het onderhavige wetsvoorstel Overbruggingswet is het box 3 stelsel in lijn te brengen met het Kerstarrest. Het gaat daarbij om de jaren 2023 tot en met 2025. In lijn met het Kerstarrest en met de voor het rechtsherstel gekozen oplossing, wordt de belastingheffing in het onderhavige wetsvoorstel gebaseerd op de werkelijke samenstelling van het vermogen. Het vermogen wordt hiertoe, evenals onder het rechtsherstel, onderverdeeld in drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Voor iedere vermogenscategorie geldt een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage. Zie voor nadere details hieromtrent ons eerdere nieuwsbericht.

 

Toekomst: nieuw box 3 stelsel op basis van werkelijk rendement

In het coalitieakkoord is afgesproken om vanaf 2025 in box 3 belasting te gaan heffen over het werkelijk rendement. Op basis van een onderzoek van Capgemini heeft het kabinet onlangs besloten om een heffing over het werkelijke rendement in box 3 uit te stellen tot 2026. Op dit moment wordt zowel de invoering van een vermogenswinstbelasting als een vermogensaanwasbelasting nog onderzocht. De definitieve concrete vormgeving van het box 3 stelsel vanaf 2026 is daarmee nog niet bekend. Het conceptwetsvoorstel voor het nieuwe box 3 stelsel wordt in januari 2023 verwacht.

 

Vragen?

Neem gerust contact op met Danny de Wildt, belastingadviseur, via e-mail of per telefoon op +31 (0)40 240 9436 of met een van onze belastingadviseurs die rechtsboven op deze pagina staan vermeld.