Prinsjesdag: maatregelen voor (vermogende) particulieren

Prinsjesdag: maatregelen voor (vermogende) particulieren

21 september 2022

Op Prinsjesdag is het pakket Belastingplan 2023 gepresenteerd. Wij hebben de belangrijkste maatregelen per thema voor je samengevat. Hierbij zetten wij de belangrijkste maatregelen voor (vermogende) particulieren voor je onder elkaar. Onder de Prinsjesdag maatregelen voor particulieren vallen o.a. wijziging tarief inkomstenbelasting en aanpassing heffingskorting en afschaffing middelingsregeling.

Wijziging tarieven inkomstenbelasting box 1

Het tarief in de eerste schijf in box 1 van de inkomstenbelasting wordt verlaagd.

 

De voorgestelde belastingtarieven zijn in onderstaande tabellen opgenomen.

 

Tabel: IB-tarieven voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd

2022 2023
Tarief schijf 1 37,07% 36,93
Tarief schijf 2 49,50% 49,50%
Grens schijf 1 € 69.398 € 73.031

 

Tabel: IB-tarieven voor AOW-gerechtigden

 

2022 2023
Tarief schijf 1 19,17% 19,03%
Tarief schijf 2 37,07% 36,93%
Tarief schijf 3 49,50% 49,50%
Grens schijf 1 (geboren vanaf 1946) € 35.472 € 37.149
Grens schijf 1

(geboren vóór 1946)

€ 36.409 € 38.703
Grens schijf 2 € 69.398 € 73.031

 

Wijziging tarieven inkomstenbelasting box 2

In 2022 bedraagt het box 2-tarief 26,9%.

 

Voorgesteld wordt om per 2024 twee schijven te introduceren in het box 2-tarief. Over de eerste € 67.000 aan inkomen per belastingplichtige zal het tarief 24,5% bedragen en over het meerdere 31%. Voor fiscale partners geldt dat inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel is dat aan beide partners kan worden toegerekend. Dit houdt in dat een aanmerkelijkbelanghouder die inkomen uit aanmerkelijk belang geniet van € 134.000 waarbij de partners kiezen het inkomen in hun aangifte inkomstenbelasting gelijk over hen te verdelen, het lage tarief van toepassing is op het volledige inkomen uit aanmerkelijk belang van € 134.000.

 

Wijziging tarief en heffingsvrije vermogen inkomstenbelasting box 3

Het heffingvrije vermogen is een vast bedrag van het vermogen dat is vrijgesteld van belastingheffing in box 3. In 2022 bedraagt dit heffingvrije vermogen € 50.650 per belastingplichtige. Dit wordt met ingang van 1 januari 2023 verhoogd naar € 57.000. Voor fiscale partners wordt het heffingvrije vermogen verhoogd van € 101.300 naar € 114.000.

 

Het tarief van 31% in 2022 wordt met 1%-punt per jaar verhoogd naar (uiteindelijk) 34% in 2025.

 

Voor een toelichting op de wetsvoorstellen Wet rechtsherstel box 3 en Overbruggingswet box 3 verwijzen wij je graag naar het onderdeel ‘Wetsvoorstellen box 3’ hierna.

 

Aanpassing heffingskortingen

Er worden verschillende wijzigingen in de heffingskortingen voorgesteld. Een overzicht van de heffingskortingen is in onderstaande tabel opgenomen.

 

Ten aanzien van de algemene heffingskorting wordt bovendien voorgesteld de afbouw van deze korting niet langer uitsluitend afhankelijk te laten zijn van de hoogte van het inkomen uit werk en woning in box 1, maar van het verzamelinkomen. Het verzamelinkomen bestaat uit het inkomen uit werk en woning (box 1), het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) verminderd met het daarin begrepen te conserveren inkomen.

 

Tabel: overzicht heffingskortingen

 

2022 2023
Algemene heffingskorting: maximaal * € 2.888 € 3.070
Algemene heffingskorting: afbouwpunt € 21.317 € 22.660
Algemene heffingskorting: afbouwpercentage * 6,007% 6,095%
Arbeidskorting: bedrag grens 1 * € 470 € 884
Arbeidskorting: bedrag grens 2 * € 3.887 € 4.605
Arbeidskorting: bedrag grens 3 * € 4.260 € 5.052
Arbeidskorting: bedrag grens 4 € 0 € 0
Arbeidskorting: afbouwpunt ** € 36.649 € 37.626
Arbeidskorting: afbouwpercentage * 5,86% 6,51%
Inkomensafhankelijke combinatiekorting: maximaal € 2.534 € 2.694
Inkomensafhankelijke combinatiekorting: inkomensgrens € 5.219 € 5.547
Inkomensafhankelijke combinatiekorting: opbouwpercentage 11,45% 11,45%
Jonggehandicaptenkorting € 771 € 820
Ouderenkorting: maximaal € 1.726 € 1.835
Ouderenkorting: afbouwpunt € 38.464 € 40.888
Ouderenkorting: afbouwpercentage 15% 15%
Alleenstaande ouderenkorting € 449 € 478

*voor AOW-gerechtigden gelden lagere maxima en afbouwpercentages

**het afbouwpunt van de arbeidskorting is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon (wml) en is pas definitief na vaststelling van het wml in november 2022

 

Uitfaseren inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

De IACK is een heffingskorting die wordt toegekend aan alleenstaande ouders of minstverdienende partners die arbeid en zorg voor jonge kinderen combineren, en voldoen aan de overige voorwaarden. In lijn met het coalitieakkoord wordt voorgesteld om de korting vanaf 2025 af te schaffen, behalve voor ouders met een of meer kinderen die vóór 1 januari 2025 zijn geboren.

 

Er is voor gekozen de IACK niet in één keer geheel af te schaffen, maar de IACK gefaseerd over de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2036 af te schaffen door ouders van kinderen die zijn geboren vóór 1 januari 2025 nog wel in aanmerking te laten komen voor IACK. Vanaf 1 januari 2037 hebben alle kinderen geboren vóór 1 januari 2025 de leeftijd van 12 jaar bereikt en bestaat daardoor voor geen enkele ouder nog recht op IACK.

 

Afschaffing middelingsregeling

De middelingregeling biedt een tegemoetkoming voor belastingplichtigen met sterk wisselende inkomens in aaneengesloten kalenderjaren. Als gevolg van de progressie in het tarief van box 1 is het mogelijk dat een belastingplichtige met een sterk wisselend inkomen meer belasting betaalt dan wanneer het inkomen gelijkmatig over de kalenderjaren zou zijn genoten. Met de middelingsregeling wordt de belasting over het inkomen uit werk en woning over een aaneengesloten tijdvak van drie kalenderjaren herrekend naar de belasting over een gemiddeld inkomen over deze drie kalenderjaren. Is de herrekende belasting lager dan de geheven belasting, dan bestaat recht op een teruggaaf van dit verschil voor zover dit hoger is dan € 545.

 

Voorgesteld wordt de middelingsregeling per 1 januari 2023 af te schaffen. Voor jaren na 2022 wordt nog wel overgangsrecht opgenomen, mits 2022 in het middelingstijdvak wordt betrokken. Dit betekent dat middelen over een tijdvak met alleen kalenderjaren vanaf 2023 niet meer mogelijk is. Het laatste tijdvak waarover nog kan worden gemiddeld omvat derhalve de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024.

 

Actualisering leegwaarderatio verhuurde woningen

Zowel in box 3 in de inkomstenbelasting als in de schenk- en erfbelasting wordt de waarde van woningen bepaald aan de hand van de WOZ-waarde. De waarde van verhuurde woningen met huurbescherming wordt bepaald door de WOZ-waarde te vermenigvuldigen met de zogenoemde leegwaarderatio. Het percentage van de leegwaarderatio hangt af van de verhouding van de jaarlijkse huurprijs tot de WOZ-waarde van de woning. In feite is de leegwaarderatio een soort korting op de WOZ-waarde.

 

Hoewel in het coalitieakkoord werd gesproken over het afschaffen van de leegwaarderatio, wordt nu voorgesteld de leegwaarderatio te blijven hanteren met geactualiseerde percentages. Deze percentages zullen in de toekomst bovendien actueel gehouden worden.

 

De reikwijdte van de leegwaarderatio zal wel worden beperkt. Zo worden tijdelijke contracten uitgesloten van de toepassing van de leegwaarderatio. De waarde van verhuurde woningen bij tijdelijke verhuur wordt derhalve vastgesteld op de WOZ-waarde. Bij verhuur aan gelieerde partijen wordt uitgegaan van het hoogste percentage in de tabel van de leegwaarderatio. Dat percentage bedraagt vanaf 1 januari 2023 100%. De facto betekent dit voor verhuursituaties in gelieerde verhoudingen dat de leegwaarderatio wordt afgeschaft.

 

Afschaffing en verlagen schenkingsvrijstelling eigen woning

In lijn met het coalitieakkoord wordt voorgesteld de verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning van € 106.671 (2022) per 1 januari 2024 te laten vervallen. Voor deze schenkingen geldt een spreidingsmogelijkheid van drie jaar: het in het eerste jaar onbenutte deel van de vrijstelling kan in de daaropvolgende twee jaren alsnog worden benut.

 

Per 1 januari 2023 wordt de schenkingsvrijstelling voor de eigen woning verlaagd tot het bedrag van de voor één kalenderjaar verhoogde vrijstelling voor schenkingen van ouders aan hun kinderen die niet aan bestedingsvoorwaarden is gebonden (€ 28.947 voor 2023). Materieel betekent het onderhavige voorstel dat de vrijstelling voor de eigen woning in de relatie ouders/kinderen tussen 18 en 40 jaar per 1 januari 2023 wordt afgeschaft. Normaliter zal namelijk in de relatie ouders/kinderen in 2023 geen beroep op de vrijstelling eigen woning meer worden gedaan gelet op de alternatieve mogelijkheid om tot hetzelfde bedrag gebruik te maken van de eenmalig verhoogde vrijstelling van € 28.947 in de relatie ouders/kinderen waaraan geen voorwaarden zijn verbonden.

 

In samenhang met de verlaging per 1 januari 2023 en de afschaffing per 1 januari 2024 wordt voorgesteld de huidige spreidingsmogelijkheid te laten vervallen voor schenkingen voor de eigen woning die voor het eerst in 2023 gedaan worden en de spreidingsmogelijkheid voor schenkingen voor de eigen woning die in 2022 zijn gedaan, te beperken tot twee jaar. Concreet betekent dit laatste dat een bij een schenking in 2022 onbenut gebleven deel van de maximumvrijstelling nog kan worden benut voor een schenking in 2023, maar niet voor een schenking in 2024. Het blijft wel mogelijk de voor het eerst in 2022 ontvangen schenkingen voor de eigen woning uiterlijk 31 december 2024 te besteden.

 

Belastingplan 2023

Lees hier alle maatregelen uit het belastingplan 2023 die op Prinsjesdag 2022 zijn gepresenteerd.

 

Vragen?

Neem gerust contact op met Bob Appels, belastingadviseur, via e-mail of per telefoon op +31 (0)40 240 9437 of met een van onze specialisten die rechtsboven op deze pagina staan vermeld.