Hoe werkt het onbelaste overlijdensdividend?

Hoe werkt het onbelaste overlijdensdividend?

29 juni 2022

Enkele maanden na het overlijden worden belastingaanslagen opgelegd. Onder voorwaarden kan na de vererving van aanmerkelijkbelangaandelen onbelast dividend worden uitgekeerd ter voldoening van deze belastingaanslagen. Dit zogenaamde ‘overlijdensdividend’ wordt geregeld door artikel 4.12a Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB). Wij leggen de achtergrond en de voorwaarden van het overlijdensdividend uit en zullen ter illustratie tevens een cijfermatig voorbeeld uitwerken.

Achtergrond van artikel 4.12a Wet IB

Het overlijden van een aanmerkelijkbelanghouder wordt gezien als een fictieve vervreemding van de aandelen. Als gevolg hiervan is 26,9% (tarief 2022) inkomstenbelasting verschuldigd over de waarde van de aandelen, na aftrek van de verkrijgingsprijs. Dit wordt het vervreemdingsvoordeel genoemd. De verkrijgingsprijs is de prijs die destijds zelf door de erflater voor de aandelen is betaald. Van een aanmerkelijk belang is sprake indien een aandeelhouder ten minste 5% van de soortaandelen bezit.

 

Mocht de erfenis in zo’n geval onvoldoende liquide middelen bevatten om de verschuldigde inkomstenbelasting te voldoen, zal veelal het geld uit de bv gehaald moeten worden door een dividenduitkering.  Dan wordt over grotendeels dezelfde grondslag nogmaals belasting betaald. Om dit te voorkomen heeft de wetgever artikel 4.12a Wet IB in het leven geroepen. Kort gezegd regelt deze bepaling dat gedurende de eerste 24 maanden na het overlijden, onbelast dividend mag worden uitgekeerd tot maximaal het bedrag dat als vervreemdingsvoordeel in aanmerking is genomen. De onbelaste dividenduitkering dient daarbij in mindering te worden gebracht op de verkrijgingsprijs van de erfgenaam.

 

Voorwaarden

  • Het moet gaan om een dividenduitkering van een bv die is verkregen krachtens erfrecht.
  • Om gebruik te maken van de vrijstelling moet een verzoek worden gedaan bij de Belastingdienst.
  • De dividenduitkering moet binnen 24 maanden na het overlijden worden gedaan.
  • De vrijstelling is niet groter dan het bedrag dat bij de erflater in aanmerking is genomen als vervreemdingsvoordeel.
  • De vrijstelling wordt slechts verleend voor zover deze wordt afgeboekt op de verkrijgingsprijs.
  • De voorheffing van dividendbelasting blijft achterwege indien schriftelijk aan de bv wordt medegedeeld dat een beroep op artikel 4.12a Wet IB wordt gedaan.

 

Cijfermatige voorbeelduitwerking

Om de werking van het onbelaste overlijdensdividend te verduidelijken, volgt een cijfermatig voorbeeld.

X overlijdt en heeft een aanmerkelijk belang in BV Y, waarvan het vermogen louter bestaat uit beleggingsvermogen. Op het moment van het overlijden van X bedraagt de verkrijgingsprijs € 300.000 en is de waarde in het economische verkeer van deze aandelen € 500.000. Het fictieve vervreemdingsvoordeel bedraagt derhalve € 200.000 (€ 500.000 -/- € 300.000). Hierover is 26,9% inkomstenbelasting verschuldigd, dat neerkomt op € 53.800. Als gevolg van deze fictieve vervreemding wordt de verkrijgingsprijs bij de erfgenaam gesteld op € 500.000. Dat is immers de waarde van de aandelen op het moment van de verkrijging door de erfgenaam.

 

Om de inkomstenbelastingclaim van € 53.800 te voldoen kan de erfgenaam een overlijdensdividend uitkeren. Op basis van artikel 4.12a Wet IB kan dit onbelast voor een bedrag van maximaal € 200.000, zijnde het in aanmerking genomen fictieve vervreemdingsvoordeel. Dit bedrag dient door de erfgenaam te worden afgeboekt op de verkrijgingsprijs. Uitgaande van een maximale uitkering van € 200.000, zal de nieuwe verkrijgingsprijs voor de erfgenaam van X € 300.000 (€ 500.000 -/- 200.000) bedragen.

 

De erfgenaam mag besluiten tot een lagere overlijdensdividenduitkering, bijvoorbeeld precies € 53.800 om de belastingclaim te kunnen betalen. Dan zal uiteraard een hogere verkrijgingsprijs gelden. Dan geldt € 500.000 -/- € 53.800 = € 446.200.

 

Bedrijfsopvolgingsregeling

Indien sprake is van een actieve onderneming, is het in veel gevallen mogelijk een beroep te doen op de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Onderdeel van de BOR is de doorschuiving van de belastingclaim in de inkomstenbelasting. Als op grond van de BOR niet direct inkomstenbelasting moet worden betaald, is een onbelaste uitkering van overlijdensdividend niet mogelijk. Dat is te verklaren vanuit de achtergrond van de regeling om dubbele belastingheffing te voorkomen.

 

Tot slot

Heeft u te maken met een erfenis met aanmerkelijkbelangaandelen en wil u meer weten over de mogelijkheid tot het uitkeren van onbelast overlijdensdividend? Neem dan contact op met onze estate planner, Gavin Vree, per e-mail via gvree@joanknecht.nl of per telefoon op +31 (0)40 240 9440.