Prinsjesdag: maatregelen voor (vermogende) particulieren

Prinsjesdag: maatregelen voor (vermogende) particulieren

20 september 2023

Op Prinsjesdag is het pakket Belastingplan 2024 gepresenteerd. Wij hebben de belangrijkste maatregelen per thema voor je samengevat. Hierbij zetten wij de belangrijkste maatregelen voor (vermogende) particulieren voor je onder elkaar. Onder de Prinsjesdag maatregelen voor particulieren vallen o.a. wijziging tarief inkomstenbelasting, verhoging tarief box 3 en aanpassing heffingskortingen.

Wijziging tarieven inkomstenbelasting box 1

Het tarief en de schijfgrens in de eerste schijf in box 1 van de inkomstenbelasting worden verhoogd.

 

De voorgestelde belastingtarieven zijn in onderstaande tabellen opgenomen.

 

Tabel: IB-tarieven voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd

 

20232024
Tarief schijf 136,93%36,97%
Tarief schijf 249,50%49,50%
Grens schijf 1€ 73.031€ 75.624

 

Tabel: IB-tarieven voor AOW-gerechtigden

 

20232024
Tarief schijf 119,03%19,07%
Tarief schijf 236,93%36,97%
Tarief schijf 349,50%49,50%
Grens schijf 1 (geboren vanaf 1946)€ 37.149€ 38.139
Grens schijf 1

(geboren vóór 1946)

€ 38.703€ 40.077
Grens schijf 2€ 73.031€ 75.624

 

Verhoging tarief box 3 in 2024 en niet indexeren heffingsvrije vermogen

Het kabinet stelt voor om het tarief in box 3 versneld te verhogen.

 

Afgelopen jaar was in het Belastingplan 2023 bepaald dat het tarief in box 3 met ingang van 1 januari 2024 zou stijgen van 32% naar 33% en met ingang van 1 januari 2025 naar 34%. Door de voorgestelde maatregel wordt het tarief al met ingang van 1 januari 2024 verhoogd van 32% naar 34%. In 2025 blijft het tarief 34%.

 

Daarnaast wordt het heffingsvrije vermogen niet geïndexeerd met ingang van 1 januari 2024. Het heffingsvrije vermogen blijft daardoor € 57.000 (en € 114.000 voor fiscale partners gezamenlijk).

 

Verdere verfijningen en verduidelijking van box 3

Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 (het zogenoemde Kerstarrest) is per 1 januari 2023 de Overbruggingswet box 3 in werking getreden. Hiermee zou het forfaitaire rendement in box 3 beter moeten aansluiten bij het werkelijk behaalde rendement. Eerder heeft het kabinet al aangekondigd een aantal verfijningen en verduidelijkingen door te willen voeren.

 

In het Belastingplan 2024 worden de volgende verfijningen voorgesteld:

 

  • Een aantal vermogensbestanddelen worden alsnog onder de categorie ‘banktegoeden’ geschaard. Het gaat om het lidmaatschapsrecht in een vereniging van eigenaars en geld op een derdengeldrekening van een notaris of gerechtsdeurwaarder. Voorgesteld wordt deze aanpassing met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2023 te laten gelden.
  • Onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen worden gedefiscaliseerd. Dat betekent dat deze niet meer worden aangemerkt als vermogensbestanddelen die in de heffing van box 3 worden betrokken. Deze vorderingen en schulden hoeven daardoor niet meer opgegeven te worden in de aangifte. Ook deze aanpassing wordt voorgesteld om met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2023 te laten gelden.

 

De verfijningen zien op het box 3 stelsel zoals dat geldt tijdens de overbruggingsperiode tot de invoering van het nieuwe stelsel. Dit gaat naar verwachting om de jaren 2023 tot en met 2026.

 

Tot slot wordt – om iedere onduidelijkheid te voorkomen – met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2023 in de wettekst opgenomen dat voor de berekening van het effectieve rendementspercentage bij fiscale partners wordt uitgegaan van de gezamenlijke rendementsgrondslag. Met deze wijziging wordt geen inhoudelijke wijziging van de al bestaande bepaling beoogd.

 

Aanpassing heffingskortingen

Er worden verschillende wijzigingen in de heffingskortingen voorgesteld. Een overzicht van de bedragen van de heffingskortingen is in onderstaande tabel opgenomen.

 

Tabel: overzicht heffingskortingen

 

20232024
Algemene heffingskorting: maximaal *€ 3.070€ 3.374
Algemene heffingskorting: afbouwpunt€ 22.660€ 24.904
Algemene heffingskorting: afbouwpercentage *6,095%6,652%
Arbeidskorting: bedrag grens 1 *€ 884€ 972
Arbeidskorting: bedrag grens 2 *€ 4.605€ 5.176
Arbeidskorting: bedrag grens 3 *€ 5.052€ 5.553
Arbeidskorting: bedrag grens 4€ 0€ 0
Arbeidskorting: afbouwpunt **€ 37.691€ 39.898
Arbeidskorting: afbouwpercentage *6,51%6,51%
Inkomensafhankelijke combinatiekorting: maximaal€ 2.694€ 2.961
Inkomensafhankelijke combinatiekorting: inkomensgrens€ 5.547€ 6.096
Inkomensafhankelijke combinatiekorting: opbouwpercentage11,45%11,45%
Jonggehandicaptenkorting€ 820€ 902
Ouderenkorting: maximaal€ 1.835€ 2.017
Ouderenkorting: afbouwpunt€ 40.888€ 44.936
Ouderenkorting: afbouwpercentage15%15%
Alleenstaande ouderenkorting€ 478€ 526

*voor AOW-gerechtigden gelden lagere maxima en afbouwpercentages

**het afbouwpunt van de arbeidskorting is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon (wml) en is pas definitief na vaststelling van het wml in november 2023

 

Aanpassing eigenwoningregeling bij gezamenlijke aankoop eigen woning

Met ingang van 1 januari 2022 zijn een aantal wijzigingen in de eigenwoningregeling in werking getreden. Deze wijzingen zagen onder andere op de gezamenlijke aankoop en financiering van een eigen woning door fiscale partners. De bedoeling hiervan was om onbedoelde beperkingen in renteaftrek te voorkomen.

 

De wetswijzigingen zien alleen op de situatie waarin eerst de woning van de betreffende partner is verkocht en vervolgens gezamenlijk een woning wordt aangekocht. Het kan echter ook voorkomen dat eerst gezamenlijk een woning wordt aangekocht en vervolgens pas de woning van de betreffende partner wordt verkocht. Voor deze situatie is nog niet geregeld dat een onbedoelde renteaftrekbeperking wordt voorkomen. Met de voorgestelde wijziging wordt dit alsnog met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2022 ingevoerd.

 

Reparaties ongewenste uitkomst invordering conserverende aanslag excessief lenen

De Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap is in werking getreden per 1 januari 2023 en regelt kort gezegd dat in het geval dat een aanmerkelijkbelanghouder meer dan € 700.000 (maximumbedrag) leent van zijn eigen vennootschap. Het bovenmatige deel wordt belast als fictief regulier voordeel in box 2. Het maximumbedrag wordt vervolgens verhoogd met het bedrag van dit bovenmatige deel dat reeds werd belast.

 

Met betrekking tot de invordering van een conserverende belastingaanslag bij excessief lenen worden reparaties voorgesteld die zien op de situatie dat de aanmerkelijkbelanghouder is geëmigreerd en daarvoor een conserverende belastingaanslag opgelegd heeft gekregen, waarvoor uitstel van betaling is verleend. Met de voorgestelde wijzigingen wordt geregeld dat:

 

  1. na emigratie het uitstel van betaling van de conserverende belastingaanslag slechts vervalt voor zover toename van de schuld niet al eerder heeft geleid tot intrekking van het uitstel van betaling; en

 

  1. invordering van de conserverende belastingaanslag na emigratie niet plaatsvindt voor zover er bovenmatig wordt geleend van vennootschappen waarin de belastingschuldige na emigratie een aanmerkelijk belang heeft verkregen. En waarbij de voordelen uit die vennootschappen niet in Nederland tot het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang van de belastingschuldige behoren. Invordering van de conserverende aanslag zal alleen plaatsvinden voor zover direct of indirect bovenmatig wordt geleend van vennootschappen ter zake waarvan aan de belastingschuldige uitstel van betaling voor de conserverende belastingaanslag is verleend. En voor zover een schuldtoename niet al eerder heeft geleid tot intrekking van het uitstel van betaling.

 

 

Belastingplan 2024

Lees hier alle maatregelen uit het belastingplan 2024 die op Prinsjesdag 2023 zijn gepresenteerd.

 

Vragen?

Neem gerust contact op met Bob Appels, belastingadviseur, via e-mail of per telefoon op +31 (0)40 240 9437 of met een van onze specialisten die rechtsboven op deze pagina staan vermeld.